Met Joost naar

Manaslu – dag tot dag

1          Amsterdam – Kathmandu / aankomst op dag 2

Joost haalt je af van de luchthaven in Kathmandu. Meteen na aankomst in de hoofdstad van Nepal ervaar je de sfeervolle chaos van het Indiase subcontinent : loslopende koeien, krijsende apen, de geur van curry en dal bhat. We verblijven in het uitstekende hotel Traditional Comfort, op loopafstand van de centrale wijk Thamel en het oude centrum van de stad.

NB Vrijwel nergens ter wereld vind je binnen één vierkante kilometer zoveel internationale restaurants als in Thamel. Niet alles is even goed. Joost is zelf liefhebber, en schept er eer in op zijn reizen culinaire accenten te zetten. Mede-liefhebbers zijn daarbij vanzelfsprekend welkom. Bovengemiddeld goed eten en/of bijzondere ambiance zijn trefwoorden, niet-toeristisch en een redelijke prijs het criterium. 

3          Kathmandu / optionele excursie Chandragiri

Een volle dag om het intrigerende Kathmandu te ontdekken. Kom je hier voor het eerst, dan krijg je een milde cultuurshock te verwerken. Kathmandu is een drukke stad ; neem de tijd en laat de stroom mensen aan je voorbij trekken, geniet van de plotselinge rust in één van de vele tuincafés van Thamel, of bezoek het middeleeuwse Durbar Square en het heiligdom Swayambhunath (de apentempel).

Nog spullen nodig voor de trektocht?  Dan zijn de talloze outdoorwinkels van Thamel de plek om het te kopen. Niet alles is van even goede kwaliteit, indien gewenst kan de reisleiding je assisteren. In Thamel vind je ook een aantal uitstekende, deels antiquaire boekwinkels waaronder het instituut Pligrims, met goede landkaarten en (reis)boeken in alle soorten, o.a. over het Manaslu-gebied.

Optionele excursie : Chandragiri

‘s Ochtends rijden we met onze eigen bus naar de rand van Kathmanduvallei. Aldaar gaan we met de splinternieuwe Doppelmayr kabelbaan naar de tempel van Chandragiri op 2500m, ruim 1000m boven de stad. Met een beetje medewerking van de weergoden, strekt het uitzicht van west naar oost zich uit over de volledige centrale Nepalese Himalaya, van de Annapurna’s tot en met Everest. Onder optimale omstandigheden zijn dat acht (!) achtduizenders in je blikveld : Dhaulagiri I, Annapurna I, Manaslu, Shishapangma, Cho Oyu, Lhotse, Everest en Makalu. Vervolgens stappen we in een paar uurtjes ontspannen naar beneden. Met de openbare bus weer terug naar het centrum is een ervaring op zich. Je bent uiterlijk 15.00 terug in het hotel, zodat je nog een deel van de middag hebt om zelf iets te ondernemen. Al met al een ongedwongen, prettig actieve dag buiten de stad, en een uitstekende gelegenheid om alvast de benen los te gooien. Gaat alleen door bij goede weersverwachting.

4          Kathmandu – Barpak / 4WD

Met onze eigen 4WD landrovers rijden we dwars door het subtropische binnenland van Nepal de bergen in. Zodra we Kathmandu achter ons hebben, verschijnen bij helder weer de eerste witte Himalayatoppen boven de groene heuvels. Het zijn de massieven van Langtang, Ganesh, en uiteindelijk de formidabele Mansiri Himal met Himalchuli en Manaslu. Omdat we met eigen vervoer reizen, is er ruim gelegenheid voor thee- en lunchpauze, maar ook voor bijvoorbeeld een fotostop op het fascinerende platteland. Na de afslag Gorkha verlaten we de east-west highway, en hobbelen we nog de hele middag over onverharde wegen, steeds hoger, tot het dorp Barpak op 1950 meter. Ook al hebben we nog geen meter zelf gelopen, dit is meteen al een spectaculaire dag die je niet snel meer vergeet. Afhankelijk van de wegcondities, bereiken we Barpak in de loop van de middag. Vanaf Barpak is het ruim twee weken gedaan met gemotoriseerd verkeer : alles gaat te voet.

Dag 5 – 23 Trektocht Manaslu Circuit

De aangegeven wandeltijden zijn bedoeld als indicatie. De daadwerkelijke looptijden zijn o.a. afhankelijk van je eigen tempo en de ‘vorm van de dag’, maar bijvoorbeeld ook de weersomstandigheden.

5          Barpak – Laprak / eerste loopdag – ca. 5 uur

Vroeg uit de veren is in de bergen altijd een goed idee, vaak is dit het mooiste moment van de dag. Het weer in de Nepalese Himalaya is in het voor- en najaar gewoonlijk vrij stabiel en voorspelbaar (90% van alle regen valt in de zomer). Een typische Himalaya-dag begint helder, met na de middag bewolking die vanuit het laagland binnendrijft, waarop het zwerk ’s avonds weer open trekt om een kraakheldere sterrenhemel te onthullen. Het weer blijft echter het weer, er zijn altijd uitzonderingen op dit patroon. In Barpak valt het eerste zonlicht op de Baudha Himal. Niet veel later komt het bedrijvige dorp tot leven, tijd voor ontbijt.

Het hele Joost-team komt uit dit gebied, de Nepalese dragers voegen zich hier bij ons. Deze sympathieke mannen zijn de komende weken onze vaste crew. Omdat Nepal een arm land is, en uitbuiting soms eerder regel dan uitzondering, hecht Joost het grootste belang aan het welzijn van zijn team. Tijdens Joost-reizen worden porters conform de norm betaald en verzekerd, en dragen ze maximaal 15 kilo (7,5 kilo per deelnemer).

Hoogste tijd om de paden op te gaan. Misschien wel tot je eigen verbazing ga je de komende dagen en weken merken dat je heel snel in het ritme raakt, en al het andere vergeet. De eerste etappe gaat meteen omhoog, veelal over aangelegde trappen. Al snel ligt de heuvelrug met de huizen van Barpak ver in de diepte onder ons. Gupsi Danda is met 2760 meter het hoogste punt van de dag, en meteen ook van de eerste week van de voettocht. De beloning is een weids Himalayapanorama, met de sierlijke Baudha Himal in het noorden en de messcherpe ijsgraten van Ganesh oostwaarts.

Het epicentrum van de grote aardbeving van 2015 lag precies tussen Barpak en Laprak. De sporen van het natuurgeweld zijn nog in het landschap te onderscheiden. In de dorpen wordt hard gewerkt aan wederopbouw. Onder de top van Gupsi Danda verrijst ‘Nieuw Laprak’, een compleet nieuwe nederzetting op ongeveer zeshonderd meter boven het oude dorp. Het is een indrukwekkende aanblik. De lodge waar we overnachten ligt een stuk lager in het oude Laprak. Laprak is het ‘thuis’ van het Joost-team, nagenoeg iedereen komt hier vandaan. Sinds de aardbeving zetten we ons in voor de inwoners van Laprak en tien dorpen rondom. We informeren je ter plekke met plezier over de vorderingen. Het kan niet anders of je wordt vanmiddag uitgenodigd voor een kop thee of zelfs een kommetje roksi.

6          Laprak – Khorlabesi / 7 uur

De aanloop van de Manasluronde kent een zeer geleidelijke stijging, echter omdat we via Barpak en Laprak reizen zijn de eerste loopdagen wel degelijk klassiek ‘Nepali flat’. ‘Nepali flat’ betekent  overigens omhoog en weer omlaag, zonder dat het daadwerkelijk ook maar ergens echt vlak wordt. Zo ook vandaag : een onvervalste Nepalese trekkingdag. 

Een mooi bergpad stijgt in pakweg 4 uur rustig door de terrasakkers naar het gehuchtje Singla, een prima plek voor lunch al fresco. Na Singla blijven we een stuk op min of meer gelijke hoogte. Daarna volgt een forse afdaling, naar de bodem van het rivierdal op slechts 900 meter. We overnachten in Khorlabesi aan de rivier.

 7          Khorlabesi – Jagat / 7 uur

De komende tien dagen volgen we de bulderende Budi Gandaki, helemaal tot aan haar gletsjerbronnen hoog in de bergen. De eerste week blijven we in het groen van de jungle, terwijl we voortdurend van oever wisselen. De (vele) bruggen zijn vrijwel allemaal nieuw en in goede staat. Het is een mooie, wonderlijke route door de nauwe rivierkloof, met de nodige steile stukken omhoog en weer omlaag.

Merkwaardig geschreeuw in het dichte bos verraadt de aanwezigheid van muntjaks (‘blaffende herten’). Met wat geluk zie je ook muskusherten ; wonderlijke dieren op zakformaat (50 cm hoog) zonder gewei maar met slagtanden. Op de akkers rond de dorpen wordt rijst verbouwd, maar o.a. ook aardappels, tabak en mais. Ondanks het feit dat de wanden van de kloof soms intimiderend hoog boven ons oprijzen, doet het groene, waterrijke gebied zeer vriendelijk aan. Uiteraard komt dat ook door de gastvrijheid van de bewoners, namaste! We passeren ‘s ochtends de warme bronnen van Tatopani. Later, na de lunch en een steile klim langs een enorme waterval, wordt de rivier ineens veel breder en kalmer. Aan het eind van de middag komen we aan in Jagat op ca. 1350 meter.

8          Jagat – Ekle Bhatti / 4,5 uur

Na twee lange wandeldagen, is de etappe van vandaag relatief kort. We volgen weer het pad boven de rivier. Het massief van Shringi Himal komt in beeld, op de Nepalees-Tibetaanse grens. Ook de cultuur gaat geleidelijk over van hindu en bön naar Tibetaans georiënteerd boeddhistisch. Echter, zoals de bergen zelf, zijn ook de culturen in Nepal zowel botsing als samenvloeiing, het onderscheid is zelden helder : everything is everything.  Hoe dan ook is de route spectaculair. Qua uitzicht sowieso, naar boven én naar beneden, maar ook het pad zelf, dat soms niet meer blijkt dan een goot die in de rotswand is uitgehouwen. Via een klimmetje naar Philim bereiken we Ekle Bhatti (1600m) rond lunchtijd. ‘s Middags alle tijd dus voor een douche, shirtjes wassen, en lekker bijkomen van de inspannende eerste dagen.

9          Philim – Deng / 4,5 uur

Opnieuw komen de zevenduizenders van Shringi in beeld, nu al een stuk dichterbij : een veelbelovend uitzicht. Kijk af en toe achterom : wellicht vang je een glimp op van de ijsgraten van Ganesh. Een nieuw, breed pad voert door gevarieerd bos, typisch voor deze hoogte met een mix van rododendron, bamboe en groenblijvend loofhout. Dit alles onder toeziend oog van families langoer : prachtige lichtgrijze apen met een zwartleren gezicht omzoomd door een spierwitte haardos.

10          Deng – Ghap / 4,5 uur

Wederom geen al te zware etappe vandaag, hoewel we iedere dag uiteraard de nodige hoogtemeters maken. We zijn inmiddels in Kutang, het lager gelegen deel van Tibetaans Nubri. Vanaf hier tref je voor en achter ieder dorp een kani : een toegangspoort van gestapelde stenen met aan de binnenkant schitterende boeddhistische schilderingen. De dorpjes hebben wonderlijke namen als Prok en Kwak, wij overnachten aan de rivier in het vriendelijke Ghap.

11          Ghap – Namrung  / 4 uur 

We lopen opnieuw de jungle in. De lagere voetheuvels van de Himalaya zijn bedekt met dicht, sprookjesachtig loofbos vol vogels. Alleen al in de het Manaslugebied zijn meer dan vijftien bostypes te onderscheiden. Op zich is dat niet verwonderlijk in een gebied dat binnen vijftig kilometer as the crow flies van subtropisch overgaat naar arctisch, maar bijzonder is het wel. De variatie is extreem. Veel boomsoorten zijn dikbladig en groenblijvend, de onderbegroeiing daarom uitgesproken schaduwminnend met o.a. varens, grote klimmers, boomorchideeën en andere epifyten. Houd je ogen open : prachtige vlinders en vogels bij het water, langoer-apen in de bomen, gieren en adelaars in de lucht, berggeiten op de kale toppen.

Een breed, nieuw aangelegd pad brengt ons naar de goede lodges van Namrung. Wat betreft  het maken van hoogte ; we  zijn we op de goede weg, we overnachten op 2630m.

12          Namrung – Lho / 4,5 uur

De tocht naar Lho is niet bijzonder lang, maar wel bijzonder mooi. We starten de dag met een pittig klimmetje naar Lihi. Alle kans dat we de monniken van het plaatselijke klooster al van een afstand door de vallei horen galmen, ze gebruiken een versterker op zonne-energie zodat het hele dorp mee kan genieten.

Langzaam (maar zeker!) klimmen we uit de Budi Gandaki-kloof. De kani van Lihi markeert de toegang tot de hoge valleien van Nubri. Aan alles merk je : de aanloop is voorbij, we gaan een nieuwe wereld binnen. Het bergspektakel begint nu pas echt. Als voorbode van wat komen gaat, doemt in het zuiden het titanische massief van Himalchuli  op (7893m). De vallei opent zich. Na een week in de beboste Budi Gandaki-kloof, voelt deze plotselinge weidsheid alsof er iets wordt onthuld. En dat is ook zo : aan de horizon verschijnen achtereenvolgens Naike en daarna de noordtop van Manaslu. Ten slotte is daar ook de immense piramide van Manaslu zelf (8163m), die ongenaakbaar hoog, boven alles uit, naar het zenith reikt.

Het pad slingert verder door akkers met gierst, en stenen dorpjes getooid met gekleurde vlaggen. Aan het begin van de middag komen we aan in het uitgestrekte Lho op 3180 meter, zoals wel vaker met een aankomstje bergop. Even uitpuffen, daarna is er nog alle tijd voor een bezoek aan het grote klooster van Lho. Het ligt zeer fotogeniek op een heuveltop, met ontegenzeggelijk het beste uitzicht op het 360-graden bergtheater rondom.

13         Lho – Samagaon / 4,5 uur

We zijn inmiddels ruim boven 3000 meter, wat betekent dat de hoogte een rol kan gaan spelen. Het is in deze weergaloze omgeving maar al te verleidelijk de hemel te bestormen, maar daar doe je jezelf niet altijd een plezier mee. Dit is geen wedstrijd, integendeel, rustig aan is de beste acclimatisering. Daarbij : we lopen door een fascinerend en cultureel zeer rijk landschap, met bergen om ons heen die inmiddels naar zeven- en achtduizend meter reiken. En dat is vanaf deze – relatief nog geringe – hoogte natuurlijk buitengewoon spectaculair. Het is belangrijk dat je in je eigen tempo blijft lopen. Door de kleinschalige opzet van deze reis is dat ook daadwerkelijk mogelijk, er blijft altijd iemand van ons team in de buurt zodat je nooit alleen loopt. Rustig aan dus, en genieten.

Ook de route van Lho naar Sama is opnieuw aangelegd, inclusief twee nieuwe stalen ‘suspension bridges’ hoog boven de rivier. Opmerkelijk genoeg volgen we nog steeds de Budi Ghandaki, die ondertussen geslonken is tot een forse bergbeek. De bron treffen we pas twee dagen later.

Vrij plotseling kijk je ineens uit over een uitgestrekte grasvlakte, begraasd door kuddes yaks. Een  uiterst merkwaardige gewaarwording, het is de facto het enige echt vlakke stuk van de hele reis. In de verte, pal aan de voet van Manaslu, ligt Samagaon. Daar weer achter de hoge passen die naar de Tibetaanse grens leiden. Door de nabijheid van het Manaslu-basiskamp is Samagaon uitgegroeid tot een goed gefaciliteerd dorp, met soms zelfs werkende wifi.

Joost Nepal Manaslu trek Larkye

14         Rustdag Samagaon

Rustdagen zijn tevens reservedagen, die kunnen worden ingezet bij slecht weer of andere onverwachte tegenslag. Een reis als deze laat zich immers niet van uur tot uur plannen. Veiligheid en reisplezier staan altijd voorop. 

Vandaag is weliswaar een rustdag, een locatie als deze nodigt natuurlijk uit tot nadere verkenning. Aldus betekent een rustdag zeker niet dat je de hele dag niets doet, maar lekker uitrusten mag natuurlijk wel.

Wie op pad wil, kan een tocht van enkele uren ondernemen naar het turkooizen gletsjermeer Birendra Tal. Onder optimale omstandigheden – waaronder in de eerste plaats je eigen welbevinden – is het zelfs mogelijk om vanuit Samagaon het Manaslu Base Camp te bezoeken. Op de flanken van de berg is dit de uitvalsbasis van bergbeklimmers die (in het voor- en najaar) de top willen bereiken. Bij goed weer is dit een spectaculaire dagtocht, inclusief het bergmeer en de Manaslugletsjer van dichtbij. Tegelijkertijd is het een tocht die heen en terug minimaal 8 uur duurt en tot ruim boven 4000 meter stijgt. Bedenk je dat de Larkye-pas nog in het verschiet ligt. Het is niet de bedoeling dat je hier je krachten verspeelt.
De wandeling naar het gletsjermeer is overigens niet zo ver, en op zichzelf al de moeite waard. Een andere fraaie (lange) dagtocht is die naar het afgelegen klooster Punggen Gompa.

15         Samagaon – Samdo / 4 uur

De paden over de hoge bergpassen worden ook anno 2017 nog steeds gebruikt als handelsroute met Tibet. Het is niet ongewoon dat je hier yak-karavanen tegenkomt, geef ze ruim baan. Al lopende passeren we de boomgrens. Opmerkelijk is dat de laatste hoge vegetatie bestaat uit berkenbomen.

We stijgen vandaag zeer geleidelijk, het is heerlijk lopen en het zicht op Manaslu is formidabel. Maar schijn bedriegt een beetje, want zodra je de lodges van Samdo ziet liggen is het nog een heel eind (het lijkt dichtbij), met een scherpe stijging op het eind. Juist op die steile stukjes ga je merken dat je op hoogte bent. Op 3850 meter is Samdo de laatste bewoonde nederzetting van de vallei. Het werd in de jaren vijftig van de vorige eeuw gesticht door Tibetanen van de andere kant van de grens, die de Chinese annexatie van Tibet ontvluchtten.

16         Rustdag / acclimatisering Samdo

We blijven twee nachten in de lodge in Samdo. Dat lijkt misschien overdreven, maar dat is het op bijna 4000 meter zeker niet. De ‘afslag’ naar de Larkye-pas is vanuit Samdo duidelijk te zien, de eerste verre witte topjes aan de andere kant van de pas steken er al bovenuit. Beklim de heuvel boven het dorp en beloon jezelf met subliem uitzicht op Manaslu, Samdo Himal, Himalchuli en de Budi Gandaki-kloof.

Het extreem ruige landschap lijkt leeg en verlaten, maar dat is het zeker niet. Dit is het terrein van kuddes blauwschapen, zwaar gehoornde dieren die tot 100 kilo zwaar kunnen worden. Het is ook één van de allerlaatste leefgebieden van het extreem zeldzame sneeuwluipaard (naar schatting nog 500 exemplaren wereldwijd), een fabelachtig mooi dier dat zich helaas vrijwel nooit laat betrappen. Het sneeuwluipaard is zo elusief dat de bergbewoners er van overtuigd zijn dat het zichzelf onzichtbaar kan maken. De kans is inderdaad uiterst klein dat je er één te zien krijgt. Zelfs als ze er zijn, gaan ze volledig op in de omgeving. Meer algemeen voorkomend zijn pika’s (fluithazen), marmotten, wezels, vossen, sneeuwhoenders en de statige tahr, een Himalaya-uitvoering van de steenbok. Een zeer opvallende verschijning is de Himalaya monal, een glanzend blauwe fazant die zich met recht de nationale vogel van Nepal mag noemen.

17         Samdo – Dharamsala (Larkye Phedi) / 4,5 uur

Door de hoogte is de tocht naar Dharamsala vrij vermoeiend. Gelukkig is er geen haast bij. Het landschap wordt nog steeds almaar ruiger. Tussen Samdo Himal (6335m) en de markante Larkye Peak (6249m), verschijnt Manaslu weer. We kijken nu op de enorme ijsval die aan de noordwand van de berg hangt. De Syacha- en Larkye-gletsjers komen diep onder het pad bij elkaar. Hier ontspringt de Budi Gandaki, die we twaalf dagen hebben gevolgd.

Op 4450 meter is Dharamsala niet permanent bewoond. De minieme nederzetting ligt pal onder de eindmorene van de Larkye-gletsjer. Het is tijdens deze trektocht de hoogste overnachtingsplaats, en ook de kortste, omdat we de volgende dag zeer vroeg starten. Waarschijnlijk is het ook de koudste. De accommodatie is spartaans te noemen, maar het eten is er prima. Aldus : vroege maaltijd en vroeg in de slaapzak.

18         Dharamsala – Larkye La (5213m) – Bimtang / ca. 8 tot 10 uur

Vandaag is de ‘topdag’, het letterlijke hoogtepunt van de reis. Die begint al vroeg. We willen op tijd boven op de pas zijn, en ontbijten daarom al om vier uur. Er gaat ook een lunchpakket mee. We starten vervolgens in het aardedonker : hoofdlamp aan. Bij helder weer maken we een machtige zonsopgang mee. De hoogste toppen lijken in brand te vliegen in de eerste zonnestralen. Langzaam wordt alles verlicht. Je waant je in een schilderij van Nikolas Roerich dat iedere seconde subtiel van kleur verschiet. Een magnifiek schouwspel.

We volgen aanvankelijk de morene naast de Larkye-gletsjer, om na pakweg drie uur de tocht boven op de gletsjer te vervolgen. We blijven stijgen, door ongekend ruig landschap. Nog voor de middag bereiken we de met gebedsvlaggen behangen Larkye-pas, op ruim 5100 meter boven zeeniveau. Topmoment!

Met het oversteken van de pas ontvouwen zich nieuwe panorama’s. In het westen komen  Annapurna II en Lamjung in beeld. Uiteraard staan we even stil bij dit adembenemende topmoment. Maar we zijn er nog niet. De afdaling naar Bimtang duurt, afhankelijk van de omstandigheden, nog zeker 3 tot 5 uur. Het eerste deel is vrij steil, maar wordt vlakker zodra we de morenes van de grote gletsjers beneden bereiken. In de loop van de middag zien we het beschutte dal van Bimtang verschijnen. Op 3600 meter is het een wonderlijke, welkome aanblik na een inspannende dag.

19         Rustdag / reservedag Bimtang

Larkye La is de waterscheiding van de Budi Gandaki en de Marsyangdi-vallei. Net als Samdo in de Budi Gandaki, is Bimtang het hoogste en laatste dorp in de Marsyangdi. Door de ligging onder de hoge grenspassen naar Tibet, is het van oudsher een belangrijke handelsplaats van yaks en paarden. Al bij de eerste aanblik wordt onmiddellijk duidelijk waarom de plek zich daarvoor bij uitstek leent : weidegrond en rustig stromend water.

Anno nu is Bimtang een verzameling lodges op een sensationele plek. De bergweides liggen ingeklemd tussen gletsjers en enorme rotswanden. Het 360-graden panorama is oogverblindend. Nieuwe bergen als Himlung en Kang Guru rijzen op in het noorden. In het zuiden wordt het panorama nog steeds gedomineerd door de achtduizender die ons al de hele reis begeleid. Manaslu laat zich in een heel nieuw perspectief zien, het lijkt een andere berg  geworden.

20         Bimtang – Tiliche / 7 uur

Nog één lange wandeldag. Na oversteek van de Marsyangdi verlaten we de Manaslu Restricted Area en wandelen de Annapurna Conservation Area binnen (voor zowel Manaslu als Annapurna zijn permits, special permits en entreeprijzen inbegrepen).

 

Plotseling lopen we weer in het bos, een enorm contrast met de wereld van rots en ijs waar we vandaan komen.  Het voelt een beetje alsof je van de maan weer op aarde terugkomt. Tussen de bomen glanst nog steeds het torenhoge wit van het immense Manaslu-massief. In de loop van de middag treffen we voortdurend dorpjes, we zijn terug in de bewoonde wereld. We overnachten in het Gurung-dorp Tiliche op 2300 meter.

21         Tiliche – Tal / 4 uur

Omlaag, omlaag, en verder omlaag. Er is geen haast bij, het wordt steeds warmer en de vele dorpjes onderweg nodigen uit tot pauze. Praktijk leert dat je ‘Nepali flat’ (de stukjes omhoog dus) gaat missen als je alleen maar afdaalt. Tegelijkertijd verbaas je je er (terecht) over dat je al die meters ook omhoog gemaakt hebt.

Bij Dharapani belanden we vrij abrupt op het zeer toeristische Annapurna Circuit. Na de eenvoud en rust van het Manaslugebied, is die overgang wel even schrikken. Er ligt zelfs een jeeptrack, inmiddels helemaal tot Manang. Jeeps, tractors, brommers, dat betekent herrie en dieseldamp.   Gelukkig loopt er nog steeds een fraai bergpad naar Tal ; we laten de weg met gemotoriseerd verkeer links (feitelijk rechts) liggen. (Eerlijk is eerlijk, de laatste twee dagen van de tocht hebben we een beetje extra luxe, en dat is stiekem ook best prettig.)

22         Tal – Jagat / 3 uur

Laatste wandeldag, lekker uitlopen. Pak je camera nog niet in ; het pad langs de rivier is schitterend. Nog even genieten dus. Rond de middag bereiken we eindpunt Jagat. ‘s Avonds volgt het afscheid van ons team, met een gezamenlijke maaltijd en wellicht een bescheiden feestje.

23         Jagat – Besi Sahar – Kathmandu

Afscheid van de bergen. De 4WD jeeps pikken ons op, we hobbelen in anderhalf uur bergafwaarts naar Besi Sahar, waar de verharde weg begint. Met onze eigen bus rijden we vervolgens terug naar Kathmandu, een lange rit die – afhankelijk van de wegcondities – zeker zes tot zeven uur duurt.

24         Kathmandu / optioneel : Bhaktapur en Patan

Vrije dag, of een optionele excursie naar de twee mooiste antieke steden van Nepal : Bhaktapur en Patan.

25         Kathmandu – Amsterdam

Inclusief airport transfer. Wie online incheckt en een stoel aan de rechterkant van het vliegtuig kiest, heeft bij helder weer tot ver boven India grandioos uitzicht op de grote Himalayamuur.

Tot slot : flora & fauna 

Dit is een natuur- en landschapsreis pur sang. De Nepalese Himalaya is daarvoor het aangewezen gebied : land, klimaat en derhalve ook het leven is op kleine oppervlakte extreem gevarieerd.

Wie oplet krijgt bijzondere dieren te zien. Upper Manaslu is een nationaal park waar jagen verboden is. De grotere dieren (beer, tahr, blauwschaap) zijn schuw, maar het is zeker niet ondenkbaar dat we ze tegenkomen.

Bijzondere zoogdieren : pika, muntjak, muskushert, zwarte beer, gele marter, Himalaya tahr, blauwschaap, Tibetaanse vos, langoer- en andere apen en (uiterst zeldzaam) Tibetaanse wolf, sneeuwluipaard.

Vogels zien we in groten getale. Nepal beslaat minder dan een duizendste van het aardoppervlak, en toch leeft hier 10 procent van alle vogelsoorten. Al bij aankomst in Kathmandu zie je opmerkelijke exemplaren als de felblauwe Indian roller, die geluk brengt als je op reis gaat, en e in groten getale aanwezige wouw. In de voetheuvels van de Himalaya zijn vogels in buitengewone veelzijdigheid alomtegenwoordig, van piepklein tot ‘vliegende deuren’.

Bijzondere vogels : Himalaya monal, Tibetaans sneeuwhoen, bloedfazant, cheerfazant, honingzuiger, dwergspecht, baardvogel, ooievaarsbekijsvogel, zwart-witte ijsvogel, Himalaya bulbul, Nepal-oehoe, groene duif, kruiplijster (babbler), lammergier, Himalayagier, zwarte arend, honingbuizerd, keizerarend, steenarend, zwarte ibis, Indische gaper, roodsnavelkitta, raaf, drongo, Indian roller, blauwe roodborst, mountain bluebird, witkoproodstaart, grandala, mina, hop.

© 2017 Met Joost naar / Joost Horsthuis
Photo courtesy : Ilja Siemerink, Minne Galama, Harrie Hebben, Prem Gurung BIRDS