Met Joost naar

Kailash – dag tot dag

1          Amsterdam – Chengdu

2          Aankomst Chengdu

          Chengdu is de hoofdstad van de Chinese provincie Sichuan, waar je al iets proeft van de nabijheid van Tibet. We overnachten in Wenjun Mansion, een sfeervol, traditioneel Chinees ‘courtyard hotel’.

Het onherbergzame Sichuan is eeuwenlang geïsoleerd geweest. Als gevolg daarvan hebben de Sichuanezen een unieke keuken ontwikkeld, mis het niet. Liefhebbers kunnen deelnemen aan een kookcursus (zelf koken en opeten). De vermaarde Sichuan-peper wordt vanzelfsprekend veel gebruikt, een smaaksensatie op zichzelf. Chengdu is een mooie stad, met fraaie tempelparken en theehuizen. Wie geïnteresseerd is in het welbevinden van de reuzenpanda brengt een bezoek aan de ‘Giant Panda Breeding Base’. In dit laboratorium annex dierenpark wordt bescheiden succes geboekt met een fokprogramma. In een parkachtige omgeving zie je de enkele tientallen panda’s van dichtbij, druk met hun voornaamste bezigheden: eten en slapen.

Als optionele excursie kan het indrukwekkende Dafo worden bezocht ; de Grote Boeddha van Leshan. Deze grootste Boeddha ter wereld is 72 meter hoog, en in zijn geheel uit een klif gehakt.

3          Chengdu – Lhasa

Aan het eind van de middag maken we ons op voor een machtige etappe: we gaan aan boord van de trein naar Lhasa. Superlatieven schieten tekort bij de feiten: dit is de hoogste spoorlijn ter wereld, dankt de naam ‘Hemeltrein’ daaraan, en de hoogste pas wordt bereikt op 5070 meter, fors hoger dan Mont Blanc. De helft van het traject voert over permafrost. Hoewel zeer omstreden, is de aanleg van de Qinghai – Tibet spoorlijn een krachttoer van epische dimensies geweest. Het wordt beschouwd als één van de grootste prestaties van het moderne China. De trein brengt ons in 48 uur naar Lhasa, een treinreis van drieduizend kilometer door één van de laatste grote wildernissen op aarde : het hoogland van Tibet.

4          Hemeltrein

                  Twee etmalen in een trein, dat lijkt lang. Maar zoals de horizon hier geen begin en geen einde heeft, zo gaat dat in Tibet ook met de tijd. Die lijkt te verdwijnen, je vergeet überhaupt dat er nog zoiets als tijd is. Je gaat op in het oneindige landschap dat aan je voorbij trekt.

Het Tibetaanse plateau is weids, groots, bijna buitenaards. De kleuren hebben een diepe, intense schakering. Er is maar weinig atmosfeer tussen jezelf en de hemel, alles is extreem helder. Lichtval, schaduw en de kraakheldere lucht leggen een magische deken over de vlaktes, meren, gletsjers en bergen. Onmetelijke graslanden, woestijnachtige vlaktes, wetlands, besneeuwde bergtoppen, gebieden waar het klimaat zo meedogenloos is dat landbouw onmogelijk is. Oneindige wildernis. Zodra de trein hoogte maakt – of omlaag gaat – wisselen zichtbaar de seizoenen. Op uitzichtpunten stopt de trein.

Als luchtspiegelingen zie je zwarte yakharen tenten in de verte: nomaden met honden en kuddes vee, die zich in een uiterst precair evenwicht met hun omgeving in leven houden. Het weidse land lijkt leeg, maar dat is het niet. Houd je ogen open voor kuddes wilde ezels, blauwschapen, grote gazelles, de wonderlijke Tibetaanse vos, en groepen grijze antilopen. Wolf en beer zijn er ook, maar laten zich vrijwel nooit betrappen.

5          Aankomst Lhasa

            In de loop van de dag bereiken we de groene heuvels van Zuid-Tibet. ’s Middags rolt de trein het nieuwe station van Lhasa binnen. We logeren pal naast het middeleeuwse Tibetaanse hart van de stad. Kalm aan is het devies, we zijn immers op 3600 meter hoogte. Normaal gesproken is je lichaam binnen enkele dagen goed geacclimatiseerd. Begin dus rustig met een verkenning van de oude stad. Snuif de onmiskenbare geuren van het Boeddhistische hoogland op (boter, vuur, thee, jeneverbes), maak kennis met de zachtaardige Tibetanen, drink iets met ze in het theehuis, loop de kora rond de Jokhang-tempel, kortom: dompel jezelf onder in betoverend Lhasa.

6          Lhasa

            Met de scherpe geur van vuur en juniper in je neus, voel je haast lichamelijk de sfeer die Lhasa zo bijzonder maakt. Boven je wapperen gebedsvlaggen, terwijl ’s middags kinderen met vliegers over de daken rennen. De pragmatische verwevenheid van religie met de alledaagse Tibetaanse werkelijkheid is opmerkelijk. De Barkhor is niet alleen heilig, maar ook tot de laatste meter bezet met marktkraampjes. Gebedsvlaggen, gebedsbriefjes, gebedssnoeren of gebedsmolens, maar ook antiek, ijzerwaren, fruit, radio’s, yakboter, kachels, dameskleding, tabak… je kijkt je ogen uit. Metershoge vuurpotten worden door pelgrims gestookt met geurige takken en wierook. En hoewel yakboterthee niet ieders cup of tea is, kan een pauze tussen de Tibetanen in één van de theehuizen zomaar een hoogtepunt worden van je verblijf in Lhasa.

Het richtpunt van zowel het religieuze als het aardse Tibetaanse leven is de Barkhor, de heilige rondgang (kora) rond de Jokhang-tempel. De Barkhor is tevens een grote goederenmarkt. Tibetanen uit alle hoeken van het land komen naar de hoofdstad om voorraden in te slaan, zaken te doen, en voor pelgrimage naar de Jokhang. De stroom mensen om de tempel beweegt zich altijd met de klok mee, een wonderlijk gezicht. Oude vrouwtjes met gebedsmolens lachen je vriendelijk toe, sommige lijken minstens honderd jaar oud. Stoffige, prosternerende pelgrims in versleten kleding zijn een normaal onderdeel van het straatbeeld. Als je deze mensen voor het eerst zo bezig ziet, sta je echt even te kijken.

7          Lhasa / optionele excursie Potala

            Het iconische Potala-paleis rijst hoog op boven de stad ; hét symbool van Tibet. Het was tot de jaren vijftig de residentie van de opeenvolgende Dalai Lama’s, en ook de huidige Dalai Lama heeft er tot zijn vlucht naar India gewoond. Naast talloze tempels en kunstschatten bevat het roodwitte paleis ook de gouden tombes van de vroegere Dalai Lama’s. Het kan alleen onder begeleiding worden bezocht, aldus is dit een optionele excursie.

Niet het Potala, maar de zesde-eeuwse Jokhang is het heilige der heiligen van Tibet. Op de uitgesleten stenen voor de tempel zijn dag en nacht mensen in gebed verzonken; jonge Tibetanen in westerse kleding, woest uitziende Khampa’s van de graslanden, omaatjes in kleurrijke klederdracht. Vanaf het dak van de Jokhang kijk je uit over het oude centrum, het Potala paleis en het bergland rondom. In het donkere binnenste van de tempel trekt een constante stroom van prevelende pelgrims langs duizenden boterkaarsjes, piepende houten gebedswielen en de gouden Boeddhabeelden… het lijkt of de tijd hier honderden jaren geleden is stilgezet. De Jokhang en de Barkhor werken net zo magnetisch op de Tibetanen als op bezoekers, en ongetwijfeld kom je hier tijdens je verblijf in Lhasa vaker terug, het is maar een paar minuten lopen van het hotel.

8          Lhasa / optionele excursie klooster Ganden

Op een uurtje rijden van Lhasa ligt het grandioos gesitueerde kloostercomplex van Ganden. Zoals elk Tibetaans heiligdom, heeft ook Ganden een kora, een adembenemend mooie zelfs. In feite is de wandeling het hoogtepunt van het klooster. Tussen de pelgrims en grazende yaks loop je, altijd met de klok mee, hoog boven de vallei om de heuveltop. Er groeit en bloeit hier van alles, waaronder meerdere soorten leontopodium en de blauwe Himalayapapaver. Ondertussen zweven arenden en gieren op de thermiek voorbij. Het uitzicht is groots, het kan geen kwaad om de gebedswielen langs de route een zwiep te geven.

Het binnenste van het klooster is ook een bezoek waard. Ganden is van oudsher een heetgebakerde gemeenschap, wat tijdens de Culturele Revolutie leidde tot een Chinees luchtbombardement waarbij het complex grotendeels werd verwoest. Inmiddels is het in oude glorie hersteld. Mits je niet fotografeert, is het normaal gesproken mogelijk een ceremonie bij te wonen.

9          Lhasa – Sakya

We gaan weer op reis. Met 4WD landcruisers beginnen we de tocht naar Kailash. De doorgewinterde Tibetaanse chauffeurs zijn tevens goed gezelschap. Het grote voordeel van eigen vervoer is natuurlijk dat er alle vrijheid is om te stoppen voor een kop thee, een foto, of gewoon omdat het uitzicht adembenemend is.

De korte rit naar Samye voert door de Yarlung vallei, de grootste canyon ter wereld. Aan de oever van de brede Yarlung Tsangpo (ook Brahmaputra genoemd), zijn de gouden torens van de Ütse van Samye al van ver boven de bomen uit te zien. Samye ligt in een vruchtbaar zijdal, onder de heuvel Hepo Ri. Op de top heeft naar verluidt, eeuwen geleden, de legendarische lama Guru Rinpoche alle duivels en demonen van het land verzameld én verslagen, een tour de force waarmee hij het Boeddhisme vaste voet wist te geven in Tibet. Samye werd daarmee het eerste Boeddhistische klooster van het land. Tibetanen geloven dat de overwonnen duivels in de enorme keien gevangen zitten. Vanaf Hepo Ri heb je geweldig zicht op het klooster, gebouwd in de vorm van een mandala, en over de omliggende landerijen.

9          Samye – Gyanze

“Go west” is vanaf vandaag het motto. Vrijwel de volledige route naar Kailash is inmiddels geasfalteerd : niet zo avontuurlijk als het ooit was, maar wel zo comfortabel, en het schiet mooi op.

De rit van vandaag is van overdonderende schoonheid. Op de eerste hoge pas zien we in de diepte Yamdrok Tso, het turkooizen meer in de vorm van een schorpioen. Soms hangen de gletsjers vervaarlijk dichtbij boven de weg. De stadjes en dorpen liggen in vruchtbare dalen. Afhankelijk van het seizoen zijn de boeren bezig met ploegen, zaaien of oogsten, vaak met hulp van de hele familie. Vanwege de extreme omstandigheden is het landbouwseizoen in Tibet erg kort.

Bescheiden Gyanze is een sfeervol kasteelstadje, dat veel van haar Tibetaanse charme heeft behouden. Ten tijde van de ‘Great Game’ is het zelfs belegerd geweest door de Britse koloniale strijdmacht onder leiding van de illustere Francis Younghusband. De Engelsen raakten tot overmaat van ramp de buskruitvoorraad van de Tibetaanse Dzong (fort) al bij het eerste het beste schot. Daar komt trouwens niet de naam Koemboem vandaan, want die betekent letterlijk ‘honderdduizend Boeddha’s’. De Koemboem van Gyanze wordt beschouwd als het hoogtepunt van de Tibetaanse architectuur.

            NB In iedere plaats waar we komen is de Tibetaanse tempel de onvermijdelijke blikvanger, de één nog sfeervoller, ouder, mooier, groter of belangrijker als de ander. Je zult echter merken dat je na verloop van tijd ‘kloostermoe’ wordt, een volstrekt normaal verschijnsel dat iedereen treft die langer dan een week in Tibet is.

10        Gyanze – Sakya

Chörtens zijn hopen gestapelde stenen, volgehangen met gebedsvlaggen. Ze sieren de passen die we oversteken. De Tibetanen passeren ze luid schreeuwend: “Ki ki so so ha gyalo! (overwinning aan de goden!)”. Onderweg nemen we de tijd om Shigatse te bezoeken, de tweede stad van Tibet. Het grote Tashilunpo aan de rand van de stad, is misschien wel het meest imposante van alle Tibetaanse kloosters. In Tashilunpo zetelt de Panchen Lama, de omstreden “tweede man” in de theologische Tibetaanse rangorde.

In de namiddag bereiken we Sakya, ooit de hoofdstad van een enorm rijk dat zowel China als Mongolië omspande. Het is nauwelijks meer voor te stellen dat hier de grote allianties tussen de Dalai Lama’s en de Mongoolse Khans gesmeed werden. Alleen de enorme kloostervesting is een stille getuige van vervlogen hoogtijdagen. Sakya is tegenwoordig een stoffig, maar fraai gelegen tussenstadje. Een prima plek voor een adempauze, een bergwandeling of een praatje in het theehuis.

11        Sakya – Saga

            Na Sakya buigt de Friendship Highway af naar Nepal, het ‘normale’ traject voor de meeste toeristen. Wij rijden echter door, en komen in een deel van Tibet waar maar weinig westerlingen zich wagen. Het hoogland wordt nu echt buitenaards. Het lijkt of de horizon geen begin of einde meer heeft.

12        Saga – Darchen

           Een voordeel van de Chinese kolonisering is – voor ons althans – dat de doorgangsroutes door dit ruige land geasfalteerd zijn. Het blijft echter een extreem gebied, en de aarde (net als de mensen) weerbarstig. Het is daarom niet precies te voorspellen hoe lang een reisdag duurt. We overnachten in eenvoudige guesthouses, er is nauwelijks keus. De gastvrijheid van de Tibetanen maakt echter veel goed. Waar je komt, word je tegemoet getreden met een brede lach en een opgewekt tashi delek, de begroeting die geluk en voorspoed wenst. Eet een kom momo’s, ga in het theehuis zitten, knoop een gesprek aan, want de ware essentie van Tibet, dat zijn de mensen. Je zult je blijven verbazen over de positieve aandacht die je als bezoeker krijgt, de zachtaardigheid en gastvrijheid van de Tibetanen, en de opmerkelijke boeddhistische devotie die het hele alledaagse leven doordrenkt.

In de loop van de dag, ogenschijnlijk uit het niets, verschijnt de witte top van Kailash boven het hoogland. Het is een magisch moment. Het dorpje Darchen ligt aan de voet van de berg. Darchen is het startpunt van de kora, het verzamelpunt van pelgrims en reizigers, en een drukte van belang.

13 – 15 Kailash kora

Met yaks of dragers gaan we op pad, zoals overal in Tibet linksom met de klok mee. Ongelooflijk maar waar, zijn sommige Tibetanen ‘prosternerend’ onderweg ; een intense manier van meditatief voortbewegen waarbij je met beide handen tegen elkaar je voorhoofd, mond en hart aanraakt, languit op de grond te gaat liggen met je armen uitgestrekt voor je, daarna drie passen vooruit zet dit alles herhaalt. Een enkeling doet dit zelfs zijwaarts. Een kora op deze manier kan maanden duren.

Onze kora duurt drie dagen. We hebben geen haast, en nemen onderweg alle tijd om te genieten. Ondertussen word je vrolijk ingehaald door bejaarde Tibetaanse dametjes die je, zwaaiend met gebedsmolentjes, glimlachend aanmoedigen. Er zijn kleurrijke jains uit India die een drietand bij zich hebben, en we treffen zelfs – heel ongewoon in Tibet – tegenliggers : bön-Tibetanen die de route traditioneel in omgekeerde richting afleggen. Al meteen krijg je het gevoel in iets heel bijzonders te participeren, en dat is natuurlijk ook zo. Alleen al het lopen in deze fenomenale natuur. Door diepe kloven met wild stromende rivieren, onder hangende gletsjers, langs gekantelde aardlagen, kaarsrecht doormidden gespleten rotsen, geslepen en gekleurde stenen, en almaar die oogverblinde, hoog oprijzende berg boven je hoofd : het is inspannend maar buitengewoon enerverend, een verbluffende ervaring. Kailash is één van de laatste nooit beklommen toppen op aarde, de “troon van Shiva, een antenne in rechtstreekse verbinding met de goden”. Niemand gaat de cirkel van de kora binnen, niemand betreedt de berg.

Het hoogste punt is de bergrug Dolma La. Dit is de plek waar Tibetanen een kledingstuk, tand of nagel achterlaten, om zo hun sterven te symboliseren. De essentie van iedere kora is het allegorisch opvoeren van je eigen dood en wedergeboorte. Voor boeddhistische pelgrims is dit niet zozeer een religieuze plicht, maar ook een mogelijkheid om goed karma te verzamelen en noodzakelijkerwijs slecht te zuiveren. Naast een intens religieuze, is het dus ook een pragmatische aangelegenheid. Deze sans gêne betrekking tot leven en dood is kenmerkend voor het Tibetaans boeddhisme. Eenmaal ter plaatse zul je merken dat je dit niet los kunt zien van ligging, land, klimaat en de wisseling van de seizoenen. De fysieke uitdaging impliceert de zware maar lonende weg naar nirvana. Al eeuwen komen pelgrims uit alle hoeken van Azië naar Kailash, en als je hier bent vraag je je af hoe ze zulke ondernemingen vroeger überhaupt overleefden. Wij zijn hier relatief eenvoudig over de weg naar toe gekomen, terwijl nog niet zo heel lang geleden de mensen te voet kwamen, door een onmetelijk en vrijwel leeg land. Het onderstreept de significantie van de plek. Iedereen die hier komt zal zijn of haar persoonlijke motivatie hebben om dit oude ritueel te voltrekken, al is het alleen maar uit nieuwsgierigheid, of om een sportieve prestatie neer te zetten. Wat Kailash zo wezenlijk bijzonder maakt is voor iedereen anders en niet in woorden te vangen, en dat is dan weer precies de essentie van reizen volgens het Joost-concept: je maakt je eigen reis.

Op de derde dag dalen we af, en voltooien de ronde om de berg. We overnachten in Chiu Gompa, een klooster aan de oever van het ronde meer Manasarovar. Zowel het meer als de gompa zijn weergaloos gesitueerd. Manasarovar is helder lichtblauw, de witte top van Kailash lijkt er los van de aarde boven te zweven. De pelgrims die je hier spreekt vergelijken de wereld met een molensteen, Kailash is het handvat, en vanuit Chiu Gompa zie je precies wat ze daarmee bedoelen. Bij het meer ontspringen de vier rivieren waarvan grote delen van het continent afhankelijk zijn: Karnali, Sutlej, Brahmaputra en Indus. Naar verluidt verbleef ook de Boeddha zelf aan de oevers van het meer.

16        Chiu Gompa – Saga

            We rijden naar Saga via dezelfde route als de heenweg. De rit van vandaag is het enige ‘dubbele’ traject tijdens deze reis.

17        Saga – Nyalam

Eentonig wordt het landschap nooit. De rit naar Nyalam is ruig, door spectaculair landschap en met – alweer – overdonderende vergezichten. Een heel stel witte Himalayatoppen (waaronder de achtduizender Shishapangma) zal nog aan de horizon verschijnen. Op de hoge passen stoppen de chauffeurs om handenvol ‘windpaarden’ in de lucht te gooien. Dan, haast voor je er erg in hebt, komt er een einde aan de woeste verlatenheid van Tibet ; ineens wordt alles groen om je heen, intens groen. Een andere wereld dient zich aan, die van het Indiaas subcontinent. De afdaling naar Nepal is begonnen, drie verticale kilometers omlaag, het diepe binnenste van de Himalaya in.

18        Nyalam – Last Resort

Aan de grens nemen we afscheid van de Tibetaanse begeleiding, en wisselen we yuans voor roepies. Vervolgens steken we de “Friendship Bridge” over : we zijn terug in Nepal. Wat onmiddellijk opvalt, is dat de mensen er hier totaal anders uitzien. Niet meer Noord-Aziatisch (Mongools-Tibetaans), maar Indisch. Het is hier, in dit tropische gebied, plotseling moeilijk voor te stellen dat je de dag ervoor nog tussen de ijzige Tibetaanse bergen logeerde.

Na de intensieve trektocht, is de accommodatie vandaag wel even iets anders. Al ’s ochtends komen we aan in het comfortabele Last Resort, niet ver van de grens. Midden in de natuur, hoog in de steile Bote Kosi-kloof en alleen bereikbaar over een hangbrug, is dit een geweldige plek om het Tibetaanse stof af te spoelen. We overnachten in ruime tweepersoons safaritenten. Het is een heerlijke plek midden in de warme, groene Nepalese bergwereld, niet overdreven luxe maar van het nodige comfort voorzien. Precies wat we nodig hebben. Goed koken kunnen ze er ook, alle maaltijden zijn inclusief de reissom.

19        Last Resort

Genieten en ontspannen is het devies: een volle dag om bij te komen. Of niet: misschien ga je meteen de volgende uitdaging aan – vanaf de Swiss-design hangbrug van het Last Resort kun je je wagen aan één van de diepste bungees ter wereld, 160 (!) meter vrije val. Niet verplicht. Last Resort faciliteert ook canyoning en rafting. Als dat nog op je wish list staat, dan is dit de plek. Ook voor gevorderden is het whitewater van de Bote Kosi een uitdaging.

20        Last Resort – Kathmandu

            In enkele uren rijden we de Himalaya uit. Omkijkend zie je de witte toppen van het Gaurisankar-massief. ’s Middags bereiken we de hoofdstad van Nepal, het intrigerende Kathmandu. Kom je hier voor het eerst, dan krijg je een milde cultuurshock te verwerken. Kathmandu is een drukke, chaotische stad. We overnachten in de centrale wijk Thamel, in een prettig hotel met een rustige tuin. Het middeleeuwse Durbar Square ligt op loopafstand van het hotel, en is met de volledig intact gebleven Newar-architectuur het authentieke hart van de stad.

24        Kathmandu / optionele excursie Patan en Bakhtapur óf Pashupatinath & Bodnath

Als je niet oppast, ben je voor je het weet een volle dag – en al je rupees – kwijt als je gaat winkelen in Thamel. Liefhebbers van cultuur en architectuur gaan vandaag mee op excursie naar de middeleeuwse koningssteden Patan en Bakhtapur. Wie meer wil weten van hindoeïsme, boeddhisme, en hun onlosmakelijke samenhang in Nepal, neemt deel aan de excursie naar het tempelcomplex Pashupatinath en de Tibetaanse wijk Bodnath. Hoeft allemaal niet, je kunt ook gewoon genieten van een drankje en de rust in één van de fraaie koloniale binnentuinen van Thamel. Hoe dan ook, sluiten we ’s avonds de reis af met een maaltijd in een bijzonder restaurant.

25        Kathmandu – Amsterdam