Met Joost naar

Anatolië – dag tot dag

1          Amsterdam – Trabzon

Als ooit Jason met zijn Argonauten, land je op de kust van de Zwarte Zee, waaraan het oude Trebizonde één van de belangrijkste havens is. De stad kreeg haar naam drieduizend jaar geleden, toen hier een tafelvormige acropolis boven de stad stond: het trapeza. Heden ten dage is de nabijheid van Rusland voelbaar, Trabzon heeft een onmiskenbare Oost-Europese ondertoon. Het nachtleven in deze onvervalste havenstad is bepaald onislamitisch met Turkse, Russische en Europese cafés en restaurants. Wie oplet heeft kans dolfijnen te zien in de golven van de Zwarte Zee.

2          Trabzon – Erzurum via SumelaSUMELA

We starten de reis voortvarend: na het ontbijt rijden we meteen de bergen in. Na een uur bevinden we ons al tussen de toppen van de Pontus, die de Zwarte Zee van de Anatolische hoogvlakte scheiden. In het late voorjaar bloeit hier de schitterende lilium ciliatum: de Zwarte Zeelelie. Een korte wandeling bergop tussen bloeiende cyclamen en sleutelbloemen leidt naar het klooster Sumela, hoog tegen de rotswand geplakt. De Byzantijnse rotskerk in het binnenste van het klooster is al sinds de vierde eeuw in gebruik, en geheel bedekt met fresco’s.

Aan het begin van de twintigste eeuw was het Pontische kustgebergte strijdtoneel van liefst drie oorlogen: de Eerste Wereldoorlog, de Turkse Onafhankelijkheidsoorlog en de Grieks-Turkse Oorlog. Na die laatste werden vrijwel alle Grieken uit het gebied weggestuurd. De Griekse monniken van Sumela hoorden bij de weinigen die in volledige isolatie achterbleven.

Op de laatste hoge bergpas die we over rijden kijk je – tezamen met een kolossale bronzen Atatürk – uit over het Anatolische hoogland. ’s Middags komen we aan in Erzurum, midden op de steppe. De stad straalt met vele moskeeën en medresses  een ernstige, bijna strenge ambiance uit, de Turken noemen het niet voor niets ‘klein Iran’. Het woord ‘rum’ geeft aan dat de stad ooit Romeins was, maar het waren de Selçuks die Erzurum groot maakten. De twaalfde-eeuwse Çifte Minareli Medresse is een mooi voorbeeld van de opmerkelijke architectuur van de Selçuks, die graag experimenteerden met variatie en symmetrie. Erzurum is tegelijkertijd een moderne stad met enkele vermeldenswaardig goede traditionele restaurants.

3          Erzurum – Altıparmak (Barhal) via Öskvank  en het Tortummeera12

De rit van vandaag voert ons een bijzonder gebied binnen. Van de hoogvlakte rijden we weer de bergen in, door wat ooit de vroegchristelijke Georgische invloedssfeer was. In de onder botanici geroemde Çoruhvallei slingeren we tussen loodrechte rotswanden omhoog.

De Georgische kerkvorsten hadden groot gevoel voor plaatsbepaling, de mooiste plekken in het landschap zijn al meer dan duizend jaar voorbehouden aan de kerken die ze bouwden. Deze verbluffende monumenten zijn fors gehavend door de tand des tijds, en eigenlijk draagt dat alleen maar bij aan hun charme en geheimzinnigheid. Boven de zilveren populieren ontwaar je al van ver de koepel van de kathedraal van Öskvank. De broze structuren lijken op te gaan in het omringende landschap, alsof ze er één geheel mee vormen. De kathedraal van Öskvank is de grootste van de Georgische invloedssfeer. Het schip met twee zijbeuken is versierd met reliëfs; let op de Georgische adelaar die Christus symboliseert.

De weg voert hoog boven het door de bergen ingesloten Tortummeer. Dit natuurlijke stuwmeer vindt haar outlet in een waterval, een prima plek voor een picknick. Je zult met verbazing constateren dat de bergen sterk verkleuren naar rood, donkerblauw, geel en grijsgroen. Door het ongelooflijk mooie dal van Yusufeli rijden we het hart van de Kaçkar binnen. We overnachten in het gehuchtje Altıparmak, in een traditioneel houten hotel midden in de bergen. Iedere dag bezoeken hier Georgische pelgrims de eenzame, maar zeer goed bewaarde middeleeuwse kerk van Barhal.

4        Altıparmak   /  optioneel : bergwandeling in de Kaçkarkackar barhal joost anatolie

De dalen van de Kaçkar zijn dé biodiversity hotspot van Turkije, en een cruciale passage voor trekvogels op weg van Europa naar Azië en andersom. De bergen zijn van Zwitserse allure maar met veel kleurrijker gesteente, de toppen reiken naar vierduizend meter. Liefhebbers trekken hun wandelschoenen aan, en gaan met Joost de bergen in.

De soortenrijkdom van de Çoruhvallei is, met meer dan honderd (!) endemische planten, spectaculair. Op verschillende hoogtes groeien onder andere keizerskroon, gentiaan, pioenroos, iris, allerlei uien en tulpen, en een scala aan klokjes waaronder de lokale trots, campanula choruhensis. De Çoruh is niet alleen een essentiële passage voor trekvogels, maar ook een belangrijk broedgebied. Aan de rivier tref je met wat geluk de roodstaart en de waterspreeuw, en aan de boomgrens het Kaukasische korhoen. Hoog boven je hoofd zweven adelaars, gieren en andere grote roofvogels (in totaal ca. 200 vogelsoorten). Op de lagere hellingen groeit veel wild fruit waaronder granaatappel, vijg, peer, pruim en bosperzik.

ani anatolië oost turkije joost5          Altıparmak – Kars / de ruïnes van Anı op de Oost-Anatolische hoogvlakte

We rijden verder oostwaarts, in een gestaag veranderend decor in alle kleuren die land maar kan hebben, met finesse vervolmaakt door zilveren populieren die de riviertjes omzomen en oplichten tegen de roodgele bergen. Weer terug op de hoogvlakte, lijkt de besneeuwde horizon onbereikbaar ver weg. Dat is in zekere zin ook zo, want na de laatste hoge pas kijk je uit tot ver in de voormalige Sovjet Unie. De oostgrens van Turkije is de buitengrens van de NAVO en kan niet zomaar worden benaderd. In de beboste rivierdalen leeft de zwarte ooievaar, in tegenstelling tot zijn witte neven een boomvogel.

Een koffie- of theepauze in een lokaal lokaal is een ervaring op zich. We zijn ineens zelf de bezienswaardigheid – overigens altijd met enthousiasme ontvangen. Veel van ‘onze’ Turken komen van oorsprong uit deze streek, het is dus niet verwonderlijk dat je juist in deze uithoeken van het land geregeld wordt aangesproken door mannen die in het Nederlands een praatje komen maken. Op een reisdag als deze kopen we ’s ochtends vers ekmek (brood) en toebehoren. Rond de middag  stoppen we voor een picknick op een mooie plek in het weidse land.

’s Middags bezoeken we één van de onbetwiste hoogtepunten van het oosten: de ruïnes van Anı. Beslist uniek, zelfs de reiziger die niets met architectuur heeft wordt getroffen door de eerste aanblik van deze spookstad. De Armeens-Byzantijnse ruïnes verrijzen als een luchtspiegeling boven het door de wind geteisterde plateau. Wat je voor je ziet, zijn de resten van de hoofdstad van de eerste christelijke natie ter wereld, die op haar hoogtepunt moeiteloos kon wedijveren met buren als Bagdad en Constantinopel. In Anı leefden honderdduizenden mensen en het welvaartsniveau was hoog. We staan hier op de uiterste oostgrens van Turkije. Letterlijk op een steenworp, aan de overkant van de rivier, ligt Armenië, met naargeestige wachttorens als stille getuigen van de Sovjettijd. De verhouding tussen Turkije en Armenië is nog steeds zo ijzig als de top van de Ararat in de verte, de grens potdicht.

In iedere middeleeuwse Armeense kerk valt onmiddellijk op dat hoogte prevaleert boven al het andere. Bouwkundig zijn ze spectaculair, alleen al omdat dat ze er nog staan. Deze eenzame structuren trotseerden zelfs de allesvernietigende aardbeving van de veertiende eeuw die Anı met de grond gelijk maakte, waarna de stad voorgoed verlaten werd. Sindsdien staan ze hier al ruim zes eeuwen statig en gelaten in weer en wind te vergaan. Door gaten in de muren kijken de verweerde gezichten van Gregorius en de evangelisten je stil aan. De verlatenheid van de plek is spookachtig, vervlogen eeuwen zijn bijna tastbaar. De verlatenheid van Anı maakt een bezoek adembenemend en onvergetelijk.

6          Kars – Van via de Ararat, Ishak Pasha Seray en Doğubeyazıtd6

We rijden het machtige vulkaanland van Koerdistan binnen. Zoals eigenlijk de hele reis, lijkt het landschap dat van de dag ervoor te willen overtreffen. Onder de reusachtige tweelingvulkaan Ağrı Dağı (Ararat) en Cüçuk Ağrı Dağı (Kleine Ararat), dankt het Ishak Pasha Seray een deel van haar magie aan deze fenomenale ligging. We nemen de tijd om ook het binnenste van dit intrigerende Duizend-en-één-nachtpaleis te bekijken.

De Bijbelse Ararat (Genesis 8:4) is met ruim 5100 meter fors hoger dan Mont Blanc. Anders dan de gewezen Oudtestamentische gezagvoerder, is de reisleiding thans niet voornemens op haar flanken te stranden. Integendeel, we gaan lunchen in het nabijgelegen Doğubeyazıt, een sfeervol stadje met een zweem van contrabande door de nabijheid van de grens met Iran; de cognac voor Teheran moet immers ergens vandaan komen. Vanaf hier worden we op de weg vergezeld door bussen vol Iraanse pelgrims, onderweg naar de heiligdommen van Urfa en Konya.

‘s Middags steken we een bergpas over die bedekt is met gestolde lavastromen. Even later doemt in de diepte het glinsterende Vanmeer op. Dit uitgestrekte water (120 km breed) is een zogeheten endoreïsch (gesloten) bekken. Het wordt gevoed door verschillende rivieren, maar is aan alle kanten afgedamd door lavastromen uit de vulkanen die het meer omringen. Omdat het water nergens naar toe kan behalve door verdamping, zit het vol zout en mineralen.

Hét symbool en de grote trots van de stad Van is de spierwitte Van Kedi, de enige kat ter wereld die graag zwemt. Het ‘waspoeder’ in het Vanmeer is klaarblijkelijk heilzaam voor de witte kattenvacht, en ook de flamingo’s in het meer zijn spierwit. Naast de vacht, onderscheidt de Van Kedi zich doordat één oog blauw is en het ander geel. Een echte Vankat is derhalve kostbaar, op straat kom je ze niet tegen. Zwemmen in het meer is trouwens af te raden, maar wie zijn hemd in het water gooit haalt het er schoon weer uit.

7          Van / optioneel : het Vanmeer, Akdamar en Van Kalesi akdamar anatolië joost amandel kathedraal

Met een boot gaan we het Vanmeer op voor alweer een bijzondere excursie. Op een uurtje varen ligt het eiland Akdamar, dat in het voorjaar wit-roze kleurt met bloeiende amandelbomen. De recent met veel gevoel gerestaureerde Kathedraal van het Heilige Kruis is een verbluffend staaltje middeleeuwse architectuur. Subliem gesitueerd op het kilometers uit de kust gelegen eiland, is het één van de grote meesterwerken van de Armeense kunst. Het meest in het oog springend zijn de uitzonderlijk goed bewaard gebleven reliëfs op de buitenmuren. Wie bekend is met de Bijbelse verhalen herkent onmiddellijk de duo’s Adam en Eva, David en Goliath en Jonas en de walvis. Je hoeft overigens niet bang te zijn dat het saai wordt met al die kerken: de combinatie van ligging, natuur, uitzicht en die mooie oude gebouwen is telkens onvergelijkbaar, en zelfs als je de kerken laat voor wat ze zijn heb je nog steeds een bijzondere uitstap.

Het is geen geheim dat de Armeniërs, Koerden en Turken in dit gebied in een delicate verhouding met elkaar leven. Om de spanning van deze erfenis van de Eerste Wereldoorlog niet te verergeren, mag de kathedraal van Akdamar niet als kerk of moskee gebruikt worden. Slechts één dag per jaar wordt daar sinds 2010 voor Armeense christenen een uitzondering op gemaakt, wat in het nationalistische (en staatkundig seculiere) Turkije controverse heeft veroorzaakt.

NB Bij belangstelling bezoeken we ook Van Kalesi, het kasteel dat hoog op een rots het stadsbeeld domineert. Vanaf de top kijk je uit over het meer en modern Van. Onder je liggen de ruïnes van oud Van, vernietigd tijdens de Eerste Wereldoorlog en niet meer herbouwd.

8          Van – Hasankeyf /  Tweestromenlanda hasankeyf

We bereiken nu de Vruchtbare Halve Maan, en langzaam maar zeker trekken we over de oude Zijderoute op naar het Tweestromenland. Hoewel de situatie de laatste jaren opmerkelijk snel verbetert, merk je aan alles dat in het Koerdische deel van Turkije het welvaartsniveau lager ligt. De mensen zijn er niet minder gastvrij om. De Koerden zijn een temperamentvol, snel aangebrand maar uiterst hartelijk volk, en ook mooie, charismatische mensen om te zien.

Inmiddels rijden we westwaarts, maar het leven wordt zichtbaar oosters. In het straatbeeld verschijnen traditionele ijsmakers, die met stokken boven hun hoofd dikke slierten roomijs heen en weer zwiepen dat zo stevig is dat ze het aan vleeshaken ophangen. Langs de verlaten wegen verkopen bergbewoners honing, vers fruit en wilde paddenstoelen. We lunchen in één van de sfeervolle, uitgesproken Koerdische bergstadjes onderweg. Op afrasteringen en elektriciteitsdraden zie je voortdurend felgekleurde bijeneters. Later op de dag verandert het landschap dramatisch zodra we de glooiende vlaktes van het Tweestromenland bereiken.

We overnachten in een juweel van een stadje: Hasankeyf. Met maar een paar duizend inwoners is het nu niet veel meer dan een dorp, maar dat is lang niet altijd zo geweest. De plek wordt al genoemd in de vierduizend jaar oude Mari-tabletten, en door de eeuwen heen kende Hasankeyf vanwege haar strategische ligging lange perioden van grote bloei. De honingkleurige huizen hangen aan een rots boven de Tigris, het oude centrum gedomineerd door de Kale (citadel) en de ruïnes van een Romeinse brug. De grootste attractie van Hasankeyf is misschien wel de ligging in het Mesopotamische landschap; er is weinig plezierigers te bedenken dan het eten van een verse forel in de namiddagzon aan de onverstoorbare Tigris.

NB Het is tevens de laatste kans om hier een visje te eten, binnen enkele jaren verdwijnt Hasankeyf in haar geheel dertig meter onder het water van het Ilisu-stuwmeer. 

9          Hasankeyf – Diyarbakır  via  Mardin00 mardin anatolie joost

De rit van vandaag is fascinerend en voert over het plateau van de Tur Abdin. Dit is het hartland van de Koerden, maar ook van de Syrisch-orthodoxe christenen (Suryoye). Op de Tur Abdin wordt getracht het oorspronkelijke Syrisch-orthodoxe geloof van het gebied levend te houden, wat nooit gemakkelijk is geweest maar vanaf de vierde eeuw nog steeds ononderbroken is gelukt. De kloostergemeenschappen van de Tur Abdin zijn derhalve van enorme symbolische en religieuze significantie voor de Suryoye in diaspora. Bij belangstelling wordt één van deze gemeenschappen bezocht (Mor Gabriel of Deir al Zafaran).

Op de weg naar Diyarbakır torent het Koerdische Mardin hoog op een bergrug uit boven het Tweestromenland, een machtige aanblik. We nemen ruim de tijd voor verkenning van de schitterende, zandkleurige oude stad. Blauwe gesuikerde amandelen zijn hier dé specialiteit. Zoek zeker ook een mooi plekje voor thee of lunch, met uitzicht over de groene Mesopotamische vlaktes die zich tot aan de horizon uitstrekken.

Aan het einde van de middag rijden we naar de officieuze hoofdstad van de Koerden, Diyarbakır aan de Tigris. We overnachten binnen de ontzagwekkende zwarte muren van het oude stadshart.

10        Diyarbakır / optioneel : stadswandeling met de Ulu Cami, Meryem Ana, de Diyarbakir koprusustadsmuren en de Tigrisbrug

De geschiedenis van Diyarbakır gaat net zover terug als die van de vruchtbare halve maan zelf; liefst drieëndertig te onderscheiden beschavingen hebben hier geleefd. Het eeuwenoude binnenste van de massief ommuurde stad is een waar labyrint. De Ulu Cami (Grote Moskee) aan het begin van de bazaar is beslist een bezoek waard, het is de oudste moskee van Turkije en één van de meest significante van het Midden Oosten. Het bovenste deel is onmiskenbaar vroeg-islamitisch, en is overduidelijk de inspiratie geweest voor de Omayyadenmoskee van Damascus. Het staat bovenop de structuren van de grote derde-eeuwse (!) Mar Toma (Thomaskerk).

Te midden van de bazaars, medresses en moskeeën leeft in het hart van de oude stad een kleine gemeenschap van monofysitisch-christelijke families, zogeheten Jacobieten. Dat zou je in deze op-en-top Koerdische stad een curiositeit kunnen noemen, ware het niet dat ze hier al ruim zeventien eeuwen onafgebroken zijn. Het versterkte compound waarin ze wonen is een oase van rust in de hectiek van Diyarbakır. Bezoek uit Nederland wordt zeer warm ontvangen, maar je moet hard aan de bel trekken want de conciërge is doof. Deze oerchristenen laten je in hun Meryem Ana (Moeder Maria-)kerk – naast een aantal kostbare iconen – trots een handgeschreven Bijbel zien, geschonken door het klooster van Glane (in Twente), waarmee nauwe banden worden onderhouden.

Wie de verweerde, meters dikke basalten stadsmuren van Constantijn (4e eeuw) beklimt, beloont zichzelf met uitzicht over de glinsterende Tigris, die kalm als de tijd zelf door het Mesopotamische land stroomt. Een wandeling naar de oude Tigrisbrug buiten de stad is zeer de moeite waard. Vervolgens aan het water een visje eten maakt het feest compleet, helemaal als je ’s avonds in de koelte van een binnentuin jezelf ook nog trakteert op een verse ayran, muntthee met een schaal aardbeien, of kardamomkoffie met een waterpijp.

NB Met een stadskaart vind je zonder veel moeite je eigen weg in oud Diyarbakır. Belangstellenden gaan vandaag mee met een stadswandeling langs bovengenoemde bijzonderheden.

11        Diyarbakır – Şanlıurfaurfa sanliurfa turkije joost anatolië mesopotamië eufraat tigris

Na het ontbijt rijden we naar Urfa, waar we nog voor de middag arriveren. We zijn nu ontegenzeggelijk in het Midden Oosten. Onderweg zie je hoe het oude Mesopotamië een geweldige economische impuls krijgt door de immense stuwdamprojecten in de Eufraat en Tigris. Grote gebieden worden geïrrigeerd, woestijn wordt groen of katoen, en de waterkrachtcentrales produceren stroom voor een explosie aan nieuwe industrie. Naar schatting vier miljoen mensen vinden sinds 2000 werk in of door Project Zuidoost Anatolië. Uiteraard leiden de dammen tot grote politieke problemen met de landen stroomafwaarts.

Onder de ruïnes van de Romeinse citadel strekt Urfa zich al duizenden jaren loom uit in de zon. Maar schijn bedriegt, want het Edessa van de kruisvaarders is in onze eeuw een bruisende, moderne pelgrimsstad. Hoewel hier nauwelijks westerlingen komen, zijn we zeker niet de enigen die Urfa als reisdoel hebben: naast de moskee van Abraham is ook de grot van Eyyup (Job) een drukbezocht object van islamitische pelgrimage. Urfa is een grote, sfeervolle stad, die eerder Arabisch dan Turks aandoet. Het Midden Oosterse palet van geuren en smaken is slechts één van de genoegens, levertjes van de grill de lokale specialiteit.

h1112        Şanlıurfa optioneel : Göbekli Tepe

Het voeren van de heilige karpers is de plicht van iedere gelovige die de moskee van Abraham bezoekt. Het kan niet anders of het zijn de best doorvoede vissen ter wereld. De karpers kwamen volgens de overlevering tevoorschijn uit de brandstapel waartoe Abraham – ook in de islam aartsvader en een groot profeet – te Urfa werd veroordeeld. Nota bene als ketter, hij stoorde zich aan de afgodsbeelden en sloeg ze kapot. De vlammen van de brandstapel veranderden echter in water en de hete kolen in vis, waardoor Abraham ontkwam en zijn plaats in de geschiedenis kon innemen. De moskee is het middelpunt van het magnifieke stadsdeel Gölbaşı, dat na zonsondergang sfeervol is verlicht.

Terzijde :  Göbekli Tepe

 

Hoewel nagenoeg onbekend, is Göbekli Tepe één van de belangrijkste archeologische ontdekkingen ooit. In het binnenste van de ‘navelheuvel’ bevindt zich een heiligdom dat gebouwd werd in het uiterst prille Neolithicum, een ongelooflijke twaalfduizend jaar geleden. Ouderdom én omvang gaan ieder voorstellingsvermogen te boven, temeer omdat bij lange na niet bekend is wat zich hier nog in de aarde verbergt. Het belang van de opgraving is nauwelijks te overschatten, de monumenten van Göbekli Tepe zijn de eerste die ooit door de mens zijn gebouwd. Ze zijn zevenduizend (!) jaar ouder dan Stonehenge en de piramides van Gizeh en tweeduizend jaar ouder dan de eerste niveaus van Jericho en Çatal Hüyük.

Het sanctuarium van Göbekli Tepe werd gebouwd door jagers-verzamelaars die op het punt stonden over te gaan naar een sedentaire levensstijl. De rondtrekkende, in grotten levende mens liet zijn zwervend bestaan na 200.000 jaar achter zich en vond de landbouw uit, de grootste revolutie in de menselijke geschiedenis. Göbekli Tepe wordt hier rechtstreeks mee in verband gebracht. Gegronde theorieën veronderstellen dat deze plek – vanwege de bouwwerkzaamheden aan de monumenten en waarschijnlijk de toeloop op een cultus – de eerste serieuze nederzetting van de nomadische mens is geweest. De bouwers moesten immers eten, en dat kon niet anders dan met een duurzame voedselvoorziening. Het staat vast dat het oergen van het huidige landbouwgraan hier vandaan komt, en nog steeds in het wild aanwezig is.

13        Şanlıurfa – Nemrut Dağı  antioch

We verlaten Urfa. Onderweg nemen we een kijkje bij de zwaarbewaakte Atatürk Baraj (dam). Een korte rit brengt ons vervolgens naar het stadje Kahta in de Taurus. ‘s Middags ondernemen we een boeiende tocht door het oude koninkrijk Commagene, alweer een reis door de tijd en opnieuw een landschappelijk hoogtepunt. Dit keer ook letterlijk: we gaan naar de top van Nemrut Dağı.

De Commageense koning Antiochus was een dynamisch man, die rond het begin van de jaartelling zijn bescheiden koninkrijkje door slimme diplomatie staande wist te houden te midden van Romeins geweld. Bovendien vond hij nog tijd om een nieuwe godsdienst te beginnen, een ambitieus project waar hij bepaald geen half werk van maakte. Antiochus ontwierp een vergaand syncretisme van Perzische, Griekse en Zoroastrische goden, en concludeerde gaandeweg dat hijzelf in dit pantheon ook geen gek figuur zou slaan. Deze daverende megalomanie mondde uit in de oprichting van het diep geheimzinnige, even ontzagwekkende als bizarre monument op de top van Nemrut Dağı.

De resten van het Commageense koninkrijk strekken zich uit rond de berg. Allereerst bezoeken we de tumulus (grafheuvel) van Karakuş (zwarte vogel), omringd door pilaren met adelaars. Het is een indrukwekkende plek. Vanaf de tumulus zie je in de verte de berg Nemrut, gemakkelijk te herkennen aan de opmerkelijke, onnatuurlijke piramide op de top.

Nadat we de intacte Romeinse boogbrug van Cendere zijn overgestoken, treffen we hogerop de resten van Arsameia, de koninklijke hoofdstad van Commagene. We beklimmen de ‘processieweg’, met als topstuk de stele van de koning die de god Heracles de hand schudt. In een Griekse inscriptie richt Antiochus zich in de eerste persoon tot ons, hij vertelt over de stichting van de stad – een tot de verbeelding sprekend staaltje geschiedenis.

Over een spectaculaire bergweg bereiken we het dorpje Karadut, niet ver onder de top, waar we  bij een Koerdische familie in een eenvoudig hotel logeren. Van hieruit bezoeken we Nemrut Dağı.

Zodra je eenmaal voor de piramide op de top staat, is de omvang ervan moeilijk te bevatten, ook al zie je het met eigen ogen voor je; een volledig artificiële, vijftig meter hoge heuvel, opgetrokken van fijngeslagen vuistdik puin van lager op de berg. Vermoedelijk bevindt zich hierin – volkomen onbereikbaar – het graf van Antiochus, hoewel daar geen bewijs voor bestaat. Aan de oost- en westzijde verheffen zich de kolossale beelden van Heracles, Zeus, Apollo, en Antiochus zelf, met hun metershoge koppen aan hun voeten. Ze worden omringd door leeuwen en adelaars. Het uitzicht is groots met aan de ene kant de waterscheiding van de Taurus, en aan de andere kant de stuwmeren in de Eufraat. De bergtop is een buitengewoon fotogenieke plaats. Het is hier altijd koud en in het voorjaar kan er sneeuw liggen: jas aan.

Op de top staat ook het tableau met het sterrenbeeld Leeuw: ’s werelds eerste horoscoop. Op de stele staan de Leeuwsterren met de koningsster Regulus, de maan en de planeten Mercurius, Mars en Jupiter, allen bij naam genoemd. Een intrigerend gegeven: de samenstand van deze drie planeten en de wassende maan in het sterrenbeeld Leeuw is in de laatste drieduizend jaar vanaf de aarde slechts zeventien minuten zichtbaar geweest, namelijk op 14 juli in 109 v.d.j. om half acht in de avondschemer. Die datering valt midden in het koninkrijk Commagene, en is – ik speculeer – wellicht een significante dagtekening, bijvoorbeeld de geboorte van Antiochus of de inwijding van het heiligdom.

zeugma b14        Nemrut Dağı – Gaziantep / optioneel : de Zeugma mozaïeken

Een korte rit voert ons naar Gaziantep, de stad waar slechts één woord telt: fıstık, oftewel pistache. Met meer dan tweehonderd banketbakkers is dit de hoofdstad der baklava, zo niet van de wereld, dan wel van Turkije. Wie het hier niet eet kan met goed fatsoen niet terug naar huis.

Alleen baklava zou de reis naar Antep al rechtvaardigen, maar er is meer. In 2011 is hier het opzienbarende Zeugma mozaïekmuseum geopend. Nu hoor ik je denken: een mozaïekmuseum, wat slaapverwekkend, maar niets is minder waar. Het Zeugma museum heeft inderdaad haar naam niet mee, maar herbergt de sensationele vondsten uit de gelijknamige antieke stad aan de Eufraat, waaronder werk dat inmiddels gerekend wordt tot de grote klassieke kunst van de oudheid.

In Zeugma was het vermaarde Romeinse vierde legioen Scythica (met de eenhoorn) gelegerd. Scythica’s officieren waren ontwikkelde figuren die verfijnde cultuur meebrachten en hun huizen van onder tot boven lieten decoreren door de allerbeste kunstenaars. De klasse en finesse van de mozaïeken van Zeugma was in de Romeinse tijd al veelbesproken, en je zult ook nu versteld staan van Achilles en Odysseus op weg naar Troje, Demeter, Het meisje met de wilde ogen, Methiokos en Parthenope, en de overige – verbijsterende – 1700 vierkante meter mozaïek. Vrijwel meteen na ontdekking in de jaren negentig werden de resten van Zeugma ernstig bedreigd door de aanleg van de Birecikdam in de Eufraat, die een groot deel van de oude stad onder water zou zetten. Met man en macht hebben internationale teams de belangrijkste werken vrij kunnen maken, waarbij zelfs in de meedogenloze Anatolische winter werd doorgewerkt – niet in de laatste plaats om ze van schatgravers te redden. Tien jaar geleden bereikte het water het hoogste punt, en waren zeventien grote mozaïeken en een schat aan archeologisch materiaal gered. Ondertussen werd het – ook architectonisch zeer geslaagde – museum gebouwd, dat de unieke collectie meer dan recht doet.

NB De naam Zeugma heeft niets met varkens te maken, maar betekent ‘pontonbrug’, naar de rij boten die hier in de Eufraat lag als oversteekplaats in de Zijderoute.

15        Gaziantep – Göreme / centraal Anatoliëerciyes 3

Grote kans dat Turkse mede-ontbijters komen informeren (of gewoon verkondigen) welke stad mooier is: Antep of aartsrivaal Urfa. Na de Eerste Wereldoorlog kende Atatürk de stad Antep, als beloning voor bewezen diensten, het voorvoegsel ‘Gazi’ toe. Het betekent ‘veteraan’; Antep speelde een cruciale rol in de redding van het vaderland door de Franse invasie terug te slaan. Dat konden ze in Urfa slecht hebben, want daar hadden ze ook hun best gedaan, en om een miniburgeroorlog in de jonge Turkse republiek te voorkomen moest Atatürk zich haasten om Urfa te honoreren met het predicaat ‘Şanlı’ (‘glorieus’). Vanaf dat moment was het dus officieel Şanlıurfa en Gaziantep, en maken de inwoners van beide steden elkaar honderd jaar later nog steeds met liefde belachelijk.

We rijden vandaag dwars door het machtige Taurusgebergte naar het hart van Anatolië. I’s Middags doemen aan de horizon reusachtige vulkanen op, niet veel later rijden we het sprookjeslandschap van Cappadocië binnen. In Göreme nemen we een ‘grote pauze’ van twee volle dagen, om bij te komen van het intensieve eerste deel van de reis en om te genieten van het betoverende landschap. Twee echte vakantiedagen.

16        Göreme / optioneel : (halve) dagtocht te voet door de valleien rond Göremeanatolië göreme cappadocië met joost naar oost turkije

Göreme is, hoewel ontegenzeggelijk toeristisch, een prettig ontspannen dorp met een gezellig centrum, volgepakt met kleinschalige restaurantjes en cafés. Het leven is er een curieuze mengeling van toeristen en de ultraconservatieve bevolking, vaak nog met ezelskar en al. Göreme is de perfecte uitvalsbasis voor verkenning van Cappadocië.

Ik leid vandaag een dagtocht te voet. Tijdens deze wandeling blijf je je verbazen over de vormen en kleuren van het landschap. De tijd heeft het zachte vulkanische tufsteen uitgeslepen in fantastische vormen en het resultaat mag er zijn: valleien in alle kleuren van zacht rood tot hel wit en fel geel, tientallen meters hoge paddenstoelen, “feeënschoorstenen” en in de eufemistisch genaamde ‘Love Valley’ een complete vlakte vol titanische tufsteen fallussen. Overal in Cappadocië vind je ondergrondse dorpjes, zelfs de bijen leven in holen in het tuf. De vulkanische grond is vruchtbaar, er groeit en bloeit hier van alles en als je goed zoekt vind je zo een maaltje wilde asperges. Het geheel wordt vervolmaakt door de grote sneeuwbedekte vulkanen aan de horizon. Het is een spektakel van de eerste orde.

Na het ontbijt lopen we vanuit Göreme door de fraaie Rode Vallei naar de Rozenvallei. In het landschap treffen we weer kerkjes, verborgen in het binnenste van het tuf. Rond de middag lunchen we traditioneel, lekker buiten, in het gehuchtje Çavuşin. Vanuit Çavuşin kun je op eigen gelegenheid terugwandelen naar Göreme, echter na de stevige lunch heb je vast weer energie om nog enkele uren door te lopen. Vanuit Çavuşin wandelen we naar de Witte Vallei, maar niet voordat we eerst de opzienbarende ‘Love Valley’ hebben bewonderd. Wie oplet ziet Turkse tortels, felgekleurde bijeneters en  wielewalen, en af en toe een schildpad. Uiteindelijk bereiken we het hooggelegen dorp Uçhisar, en stappen daar op het buurtbusje terug naar Göreme.

’s Avonds heb je dan wel trek, en wie weer eens westers wil eten komt in Göreme aan zijn trekken. Lokale restaurants zijn natuurlijk altijd beter, goede börek hier, en ook de in kleikruiken bereide stoofpotten zijn een warm aanbevolen lokale specialiteit. Of een heerlijke tafel mezze met een fijn glas wijn! De streek is bezaaid met wijngaarden en het Cappadocische rood is het beste van het land: mis het niet. Wijnhuis Turasan in het nabijgelegen Ürgüp verdient, met rondleidingen en royale proeverij in de kelder, bijzondere aanbeveling.

17        Göremecp

Cappadocië is aangenaam kleinschalig. In en rond Göreme vind je eenvoudig je eigen weg naar fraaie omliggende dorpen als Zelve, Avanos of Ortahisar. Als je er te voet op uit gaat er is altijd wel een busje of taxi dat je terug naar Göreme brengt. Ook met de fiets kun je hier prima uit de voeten.

In het wereldberoemde openluchtmuseum van Göreme is het altijd druk met dagjesmensen. De massa’s zijn enigszins te ontlopen door laat in de middag te gaan. De ‘donkere kerk’ is het onbetwiste hoogtepunt van het complex. Juist omdat de kerk zo donker is, zijn de schilderingen zeer goed bewaard gebleven.

Aan de rand van het dorp vind je de ranch van de “Anatolische paardenfluisteraar”. De illustere Ilhan Ekrem vangt wilde paarden op de Erciyesvulkaan en maakt ze zadelmak. Het is eindeloos geweldig om op zo’n bergpaard de heuvels in te gaan, deze dieren doen niets liever (ervaring te paard is essentieel).

18        Göreme – Güzelyurt / optioneel : (halve) dagtocht door de Ihlaravalleianatolie lycie cappadocie joost ihlara guzelyurt

De rit van Göreme naar Güzelyurt voert door het betoverende Cappadocische land. Op de oude pelgrimsroute van Europa naar Jeruzalem, was Güzelyurt (‘mooi huis’) een belangrijk christelijk centrum. Binnen een radius van tien kilometer vind je hier liefst vijftig kerken. De rode Kızıl Kilise stamt uit het jaar 384, en behoort daarmee zelfs tot de alleroudste kerkgebouwen ter wereld, uit de tijd dat het christendom nog maar net vaste voet aan de grond kreeg. In de verte verheft zich de Byzantijnse Yüksek Kilise (‘hoge kerk’) op een steile rots boven het toch al indrukwekkende landschap. Met de machtige stratovulkaan Hassan Dagi als decor, is het uitzicht in alle richtingen adembenemend.

Niet ver van Güzelyurt, ligt de Ihlaravallei verborgen in het Cappadocische land. Of beter gezegd, er onder. Alsof de aarde is opengebarsten, trekt de kloof een diepe, veertien kilometer lange scheur door het landschap. Vanaf het moment dat je afdaalt in de doodstille canyon, ben je in een andere wereld. Het is een wonderlijke sensatie om, tussen loodrechte rotswanden, over de bodem van de groene kloof vol vogels, vlinders, schildpadden en water te lopen. De vallei is volkomen verlaten, maar was in de middeleeuwen druk bevolkt. Ook hier treffen we grotwoningen en verborgen kerken met Byzantijnse fresco’s. We starten deze bijzondere wandeling in het dorp Ihlara. Een duidelijk pad volgt de rivier met de stroom van de rivier mee, helemaal tot het einde van de kloof in Selime. In totaal lopen we ongeveer vier uur (pauzes niet meegerekend). Wie niet de hele dag wil lopen, wordt halverwege in Belısırma opgehaald. Na Belısırma lopen we nog ca. anderhalf uur, tot het eindpunt Selime. Bij belangstelling bezoeken we daar het troglodiete kloostercomplex.

19        Güzelyurt – Konya via Sultanhanı en Çatal Hüyükcatal

           De oude Zijderoute vertakte zich in Anatolië naar de zeehavens van Trebizonde, Antiochië, Smyrna en de Gouden Hoorn. Enorme karavanserais (hanıs) opereerden eeuwenlang als overnachtingsplaats voor mens en dier. Pakweg iedere veertig kilometer, op dagmarsen van elkaar, doemen deze monumentale bakens van vervlogen tijden al van ver op. Onderweg naar Konya treffen we één van de mooiste : de dertiende-eeuwse Sultanhanı.

Op het platteland buiten Konya vinden we Çatal Hüyük, dat op het eerste gezicht niets meer lijkt dan een groene grasheuvel. Het binnenste van de ‘vorkheuvel’ onthult echter iets heel anders. Waar we een paar dagen eerder in Göbekli Tepe het prille begin van menselijke samenleving zagen,  staan we hier tussen de Neolithische (late steentijd) overblijfselen van één van de allereerste steden. De bebouwing is opgetrokken uit lemen baksteen, maar er zijn nog geen straten, het complex lijkt op een honingraat. Naar schatting leefden er ongeveer 8000 mensen samen, voor die tijd een gigantisch aantal. De mensen begroeven hun doden thuis, onder de haard. In bijna alle huizen zijn skeletten aangetroffen, allemaal in foetushouding in een rieten mand. In het museum van Konya vind je een aangrijpend voorbeeld. De vroegste ‘lagen’ van Catal Hüyük zijn zeer oud, je kijkt negenduizend (!) jaar terug in de tijd. De plek is immens indrukwekkend, mits je ook je verbeeldingskracht aanspreekt.

Rond het middaguur rijden we de ‘broodmand van Turkije’ binnen, het vruchtbare gebied rond Konya. De vroegere hoofdstad van de Selçuks is anno nu een grote, moderne pelgrimsstad. De bevolking staat in heel Turkije bekend als oerconservatief, maar naar verluidt wordt hier ook de meeste raki van het hele land gedronken. Konya dankt haar religieuze uitstraling grotendeels aan de soefi-mysticus Mevlana Rumi. Achthonderd jaar na zijn dood, is Rumi nog steeds een geliefd en veelgelezen dichter. Zijn graf trekt pelgrims uit de hele islamitische wereld, maar ook van daarbuiten. Kernwaardes van Rumi’s filosofie waren liefde en verdraagzaamheid. Geen verloren moeite, zo bleek na zijn dood : de joden en christenen van Konya stonden er op hem tezamen met de moslims naar zijn graf te dragen. Niet-moslims kunnen het Mevlana-heiligdom gewoon bezoeken, mits gepast gekleed.

20        Konya – FaralyaVlindervallei Faralya Joost Lycie

Laatste halte : de Turkooizen Kust. Misschien wel de mooiste van de hele Middellandse Zee. Hoog boven zee, is Faralya niet meer dan een paar huizen en een handvol kleinschalige accommodaties. Het is alleen te bereiken via een spectaculaire bergweg over de kliffen. Het is een heerlijke, rustige plek waar we drie nachten blijven. We logeren in een verzorgde en sfeervolle, ruim opgezette accommodatie in het groen. Het uitzicht vanaf het terras over zee en de bergen is uit het boekje, perfect voor een fijn glas wijn bij zonsondergang.

Faralya ligt op de Lycische Weg, en is een daarmee logischerwijs een ideale uitvalsbasis voor wandelingen. Beneden je ligt het witte streepje zand van de Vlindervallei, volledig door de bergen verborgen, het is alleen te voet of per boot bereikbaar. Het kan zomaar gebeuren (’s avonds bijvoorbeeld) dat je dit heerlijke strand – misschien wel het mooiste van de hele Turkooizen kust – nagenoeg voor jezelf hebt.

21, 22  FaralyaFARALYA anatolie joost / optioneel : wandeling Kabak (Lycische Weg)

De omgeving is hier zo mooi, de plek zo ontspannen, dat we twee volle dagen in Faralya blijven. Na de intensieve reis nog even vakantie dus. De mogelijkheden vanuit Faralya zijn groot en divers. Voor fietsen is de bergachtige kust niet zo geschikt, voor te voet er op uit des te meer. Joost loopt met de liefhebbers een etappe van de Lycische Weg, naar het afgelegen strand van Kabak. De bergen die uit zee oprijzen zijn dicht bebost, met soms ineens panorama’s waar je hart een slag van overslaat. De wandeling eindigt op het strand van Kabak ; klein, schoon, stil, schitterend. Het wordt alleen bezocht door mensen die de afgelegenheid waarderen.

Voor zwemmers is het verleidelijke strand van de Vlindervallei eerste keus. Het pad dat van het hotel naar het strand loopt is behoorlijk steil, en alleen geschikt voor geoefende wandelaars. Een beter idee is er met de boot vanuit het nabijgelegen Ölüdeniz naar toe te gaan. Het strand van Ölüdeniz is overigens ook schitterend (dit is de beroemde ‘Blauwe Lagune’), maar zeker niet stil. Wie nog een etappe van de Lycische Weg wil lopen, kan zelfs te voet van Faralya naar Ölüdeniz, om daar eventueel de boot te nemen.

Ook de levendige marktstad Fethiye is een bezoek waard. De Lycische rotsgraven van Telmessos (niet te verwarren met Termessos) torenen – indrukwekkend dichtbij – uit boven de bazaar. Ze zijn eenvoudig te voet te bereiken. Het archeologisch museum is klein maar fijn, en kan je op weg helpen het oude Lycië beter te begrijpen. Vanuit Ölüdeniz en Fethiye is het daarnaast mogelijk schitterende dagtochten op zee te maken, bijvoorbeeld de twaalf eilanden-cruise.

Het bovenstaande is slechts een greep. Bij belangstelling voor bijvoorbeeld een extra (dag)wandeling, heeft Joost genoeg ideeën. En wie  alleen maar met een goed boek bij het zwembad van het hotel wil liggen : uiteraard niet verboden.

23        Faralya – AmsterdamIMG_2773

Güle güle” zeggen ze in Turkije tegen vertrekkende bezoekers, en dat betekent “tot ziens”. Na deze reis is het zeker niet ondenkbaar dat je ooit weer terugkomt. Maar eerst vlieg je vandaag, vol onuitwisbare indrukken, terug naar Nederland.

NB Verlenging in Istanbul is op aanvraag mogelijk